Een nieuwe kijk op zorg en hulp voor jeugd en gezin

De casus van de maand oktober

Oma meldt zich bij ons aan. Grootouders wonen, tezamen met hun dochter en haar gezin, in een zogenoemde kangoeroewoning. Het gezin van dochter bestaat uit beide ouders (dochter en haar man) en hun 2 kinderen: Lars (7 jaar) en Lotte (4 jaar).


De ouders van Lars en Lotte hebben beiden een chronische psychiatrische aandoening, ze hebben elkaar leren kennen tijdens hun opname in de GGZ. Er was meteen die bijzondere klik. Vier jaar later kondigde Lars zich aan. Over de opvoeding die ouders moesten gaan bieden waren destijds de nodige zorgen; Waren zij daartoe wel in staat? Kun je voor kinderen zorgen als je je handen vol hebt aan de zorg voor jezelf? Wat te doen in periodes dat het minder goed of zelfs slecht gaat?
Er waren duidelijk veel zorgen en die zorgen konden gelukkig goed besproken worden. In gezamenlijk overleg (tussen ouders, grootouders en GGZ) werd besloten om voor een kangoeroewoning te kiezen, waardoor grootouders vaak beschikbaar zijn; snel, makkelijk en efficiënt.
Een prima oplossing, voor alle partijen.

Inmiddels is de familie zeven jaar verder. Het gaat goed met Lars en Lotte. Ze gaan graag naar school, hebben vriendjes en vriendinnetjes en doen aan sport; Lars zit op voetbal, Lotte op ballet. Doorgaans zijn het grootouders die de kinderen naar school, naar vriendjes en vriendinnetjes en naar de sportclub brengen, want naar buiten gaan is voor ouders, vanwege de vele prikkels die ermee gepaard gaan, gemakkelijk een trigger voor terugval. Binnenshuis redden ouders zich redelijk goed met de kinderen. Ze zorgen ervoor dat de kinderen gezonde voeding en voldoende nachtrust krijgen, bieden structuur, doen leuke dingen met de kinderen (voorlezen, spelletje, samen creatief bezig zijn), etc.. Bij de complexere opvoedtaken (b.v. consequent blijven als de kinderen de grenzen opzoeken, omgaan met ongewenst gedrag, de kinderen leren omgaan met hun emoties) vallen zij terug op grootouders, die met veel liefde en aandacht de zorg bieden die nodig is.

Als reden voor aanmelding bij het wijkteam geeft oma aanvankelijk aan dat dit te maken heeft met de toekomst. Opa is onlangs 70 jaar geworden, is nog altijd fit, maar realiseert zich dat hij niet het eeuwige leven heeft. Oma is 63 jaar, heeft vanwege haar reuma en COPD, de nodige klachten, waardoor ze het eigenlijk wat rustiger aan zou moeten doen. Bij doorvragen blijkt dat vooral de twee andere kinderen van deze grootouders (Ben; 38 jaar en Dorien; 31 jaar) zich zorgen maken en hebben aangedrongen op het inschakelen van extra hulp. Ben en Dorien merken dat het leven van hun ouders volledig draait om de zorg voor Lars, Lotte en hun ouders. Er is weinig ruimte voor iets anders. Ben en Dorien vinden het zorgelijk dat oma zo vaak over haar eigen grenzen gaat en daarmee haar gezondheid extra belast. Hierover zijn onderling al veel gesprekken geweest, maar grootouders wuiven de zorgen en problemen weg. Zij geven aan de zorg nog steeds te kunnen bieden en daar veel voldoening uit te halen. Voor Ben en Dorien is dit frustrerend; zij vinden dat grootouders daarmee niet alleen zichzelf tekort doen, maar ook hun andere kinderen/kleinkinderen. Wanneer zij dit, in mijn bijzijn, uitspreken, zie ik hoe het oma raakt. Met tranen in haar ogen vertelt ze dat ze de anderen zeker niet tekort wil doen, ze van ieder kind/kleinkind evenveel houdt, maar wel extra zorg om Lars en Lotte heeft en deze zorg moeilijk kan loslaten. Wanneer we hierop doorpraten blijken er in de familie van oma diverse familieleden met psychiatrische problematiek, waarvan twee familieleden suïcide hebben gepleegd. Oma heeft van dichtbij meegemaakt hoe psychiatrische problematiek een gezin kan ontwrichten en wil er alles aan doen om dit in het gezin van Lars en Lotte te voorkomen.

Als gezinswerker realiseer ik me vaak al te goed hoezeer de achtergrond van cliënten meespeelt in het leven dat zij leven. Zo ook hier; het gaat niet alleen om het gezin van Lars, Lotte en hun
(groot-)ouders. De ervaringen die moeder in haar gezin/familie heeft opgedaan zijn zeker ook van grote invloed. Deze zal ik in het hulpverleningsproces dan ook meenemen.
Voor nu spreken we af in kleine stapjes de kring (van mensen die een actieve rol kunnen spelen dit gezin te helpen) te vergroten. Dit betekent dat we langzamerhand gaan kijken wie een taak van
grootouders kan overnemen; misschien zijn dat wel de eigen ouders van Lars en Lotte, misschien de broer of zus van hun ouders of anderen. Uiteraard doen we alles in gezamenlijk overleg, waarbij de regie steeds bij ouders en grootouders ligt.