Een nieuwe kijk op zorg en hulp voor jeugd en gezin

De casus van de maand november

Mohammed (6 jaar) wordt aangemeld door zijn juf, wegens vermoeden van kindermishandeling. Dit vermoeden is ontstaan nadat Mohammed met een blauwe plek op zijn wang op school kwam. Mohammed heeft vaker blauwe plekken, en ook bulten op zijn hoofd. Bij navraag hebben ouders dan vaak een plausibel verhaal, maar dat is dit keer anders, zo meldt de juf. Mohammed vertelt namelijk dat zijn ouders ruzie hadden, hij daarvan niet kon slapen en zodoende naar beneden ging. Zijn vader werd daarop heel boos, gaf hem een klap in zijn gezicht en gebood hem weer naar boven te gaan. Mohammed geeft aan dat hij die avond/nacht heel erg bang was. Volgens Mohammed hebben zijn ouders vaker ruzie, waarna zijn vader doorgaans het huis verlaat en zijn moeder huilend achter blijft. Mohammed gaat dan vaak naar beneden; volgens eigen zeggen om zijn moeder te troosten.

De juf maakt zich zorgen en bespreekt haar zorgen met José. Jose is intern begeleider van de school en bovendien aandachtsfunctionaris huiselijk geweld/kindermishandeling. José stelt voor om samen met de juf, met ouders in gesprek te gaan om te horen wat er gaande is. Een dag later vindt het geplande gesprek plaats. In dit gesprek is vooral vader aan het woord. Hij vertelt dat Mohammed vaak, met allerlei smoesjes, uit bed komt. Zo ging het die avond ook. En toen vader hem terug naar bed stuurde, draaide Mohammed zich om en liep hij tegen de deurstijl. De volgende dag zag vader de blauwe plek op zijn wang. Beide ouders ontkennen dat Mohammed geslagen is, ook ontkennen zij regelmatig ruzie te hebben. Het valt de juf en José op dat moeder een gespannen, onzekere indruk maakt. Wanneer José doorvraagt naar het slaapprobleem van Mohammed en de boosheid van vader, benoemt vader dat zijn strenge aanpak doorgaans goed helpt. Moeder beaamt dit. Ouders laten duidelijk weten niet blij te zijn met dit gesprek, voelen zich onterecht beschuldigd en hebben de indruk dat juf en Jose alleen Mohammed geloven.
José en de juf hebben geen goed gevoel bij de situatie. Het feit dat ouders ontkennen geslagen te hebben, terwijl er toch echt een handafdruk op de wang van Mohammed staat, baart hen zorgen. Ook de boosheid van ouders jegens juf en José geeft geen goed gevoel. Ze stellen ouders voor de keus: een melding bij Veilig Thuis of hulp vanuit wijkteam Jeugd & Gezin. Ouders kiezen voor het laatste.

Een week later ben ik op bezoek bij het gezin. Ons motto is ‘eerst buurten, dan zorgen’, wat we ook toepassen bij zwaardere problematiek zoals deze. Met ‘buurten’ wordt vooral bedoeld dat we investeren in het contact, contact van mens tot mens. De spreuk die in dit gezin aan de muur hangt leent zich goed voor dit contact en brengt ons bij een gesprek over hun afkomst en hun emigratie. Moeder woont sinds 10 jaar in Nederland. Het valt haar zwaar. Ze heeft moeite de Nederlandse taal te beheersen en mist haar familie en hun gewoonten enorm. Ze voelt zich vaak eenzaam. Vader is al 22 jaar in Nederland. Hij is meer gewend, heeft ook zijn familie hier. Vader heeft wel moeite met zijn werkeloosheid en met de sollicitatiedruk vanuit het UWV. Doordat vader geen werk heeft en hij zijn gezin financieel onvoldoende kan bieden, voelt hij zich aangetast in zijn eer. Dit zit hem hoog.
Uiteraard spreken we in dit gesprek ook over de reden van verwijzing en het gesprek dat ouders op school hebben gehad. Ouders ontkennen nog steeds dat Mohammed geslagen is. Of zij hiermee de waarheid spreken weet ik niet en het is niet het belangrijkste om aan waarheidsvinding te doen. Het is belangrijker om ernaar te streven dat er in de toekomst niet geslagen wordt.

De reden waarom we serieus en zorgvuldig met dit onderwerp omgaan is dat kindermishandeling vaak voorkomt (in 2010: ruim 3% vd kinderen), vaak lang blijft voortduren en enorm schadelijk voor kinderen is. In situaties van kindermishandeling is het niet onze bedoeling om een schuldige aan te wijzen. In dergelijke situaties willen we hulp bieden; de veiligheid te vergroten door risicofactoren te beperken en beschermende factoren te versterken.

Daar werk ik ook met dit gezin aan. Vader is inmiddels bij zijn huisarts geweest, om te praten over zijn stressklachten. Vader gaat binnenkort met het UWV in gesprek om te praten over omscholing. Moeder is bij Dynamiek geweest en heeft daar meegedaan aan Werelds koken. Binnenkort gaat zij taalles volgen in de bibliotheek. En ik: ik blijf bij het gezin betrokken, om hun ontwikkelingen te volgen en ouders zo nodig te ondersteunen in hun opvoedvaardigheden. Ik heb ouders verteld dat het slaan van kinderen in Nederland bij wet verboden is. Ouders wisten dit niet. Zij laten weten zich te kunnen voorstellen dat er soms door ouders een tik wordt uitgedeeld, maar keuren het niet goed.

Het is alweer een maand geleden dat ik mijn eerste afspraak bij dit gezin had. Afgelopen periode  zijn er geen blauwe plekken bij Mohammed gezien. Hopelijk blijft het zo.